Home Assistant kent alle slimme apparaten in het huis en deze worden dan ook veelal gebruikt op Dashboard weergaves zodat de gebruiker van Home Assistant de apparaten kan bedienen.
Home Assistant kan ook gebruikt worden om automatiseringen te triggeren. Zo kan een beweging of een deur gebruikt worden om de verlichting aan of uit te schakelen, of de aanwezigheid van personen kan de aansturing van de verwarming verzorgen, het alarm-systeem aan of uit zetten, etc… de sky is the limit!
Alle automatiseringen zijn opgebouwd uit een ‘trigger‘ waar een ‘action‘ op volgt en optioneel kan daar nog een ‘condition‘ tussen staan. Bijvoorbeeld:
Wanneer beweging in de keuken wordt gedetecteerd en als de zon onder is, doe dan het licht aan in de keuken.
Dit ziet er in een automatisering als volgt uit:
| trigger (triggers) | Beweging gedetecteerd | |
| condition (voorwaarden) | De zon is onder | |
| action (acties) | Schakel het licht aan |
Een trigger beschrijft een gebeurtenis waarmee de automatisering gestart wordt. Vervolgens kan een optionele condition de status van een persoon, sensor, de zon, etc., gebruiken en als aan de criteria voldaan wordt zal een action de taak uitvoeren, bijvoorbeeld een lamp aan doen.
Automatiseringen worden gemaakt met de Automation Editor en die vind je via Instellingen -> Automatiseringen.
Waar we in het verleden triggers gebruikten voor gebeurtenissen van entiteiten/apparaten (op type), is het nu de norm om triggers te gebruiken voor gebeurtenissen op doel. Dat doel is dan een verdieping, een bepaalde ruimte, de zon of een bepaald tijdstip.
De voorwaarde om dit te kunnen gebruiken is dat alle apparaten in het huis gekoppeld zijn aan de ruimtes in het huis, dus waar de apparaten zich bevinden. De verdiepingen en ruimtes van een huis, worden ingesteld via Instellingen -> Ruimtes, labels en zones. Bijvoorbeeld:
Triggers (Wanneer)
Zodra een bepaald doel gekozen is, zal getoond worden welke triggers voor dat doel gebruikt kunnen worden, bijvoorbeeld beweging, een deur of raam, etc.
Indien er meerdere doelen in een ruimte aanwezig zijn, bijvoorbeeld meerdere bewegingsmelders, dan kan gekozen worden of er 1 of meerdere doelen gebruikt worden voor de trigger en optioneel hoe lang dat doel getriggerd is.
De triggers kunnen voorzien worden van een ‘trigger-id‘ en die kunnen later gebruikt worden om een bepaalde actie uit te voeren.
Condities (En als)
Deze is optioneel maar kan dus gebruikt worden als voorwaarde om wel of niet de actie(s) uit te voeren. Deze voorwaarden gebruiken dezelfde methode als de triggers, op doel, bijvoorbeeld de status van de zon:
een indicatie-icoon geeft direct aan of er aan de voorwaarde wordt voldaan:
Acties (Doe dan)
Hier kunnen dus de acties toegevoegd worden voor de automatisering en ook dat gaat weer via het te kiezen doel:
Acties via de trigger-ID’s
Bijvoorbeeld een keuze tussen verschillende trigger-id’s waarop een specifieke actie moet uitgevoerd worden. Op basis van het trigger-ID kan dan een actie gekozen worden.
Als eerste wordt nu niet een doel gekozen maar een bouwsteen genaamd ‘Kiezen‘
Als voorwaarde voor het kiezen wordt gebruik gemaakt van het type ‘Getriggerd door‘
waarin dan gekozen kan worden welk trigger-ID gebruik dient te worden voor de actie.
Op deze manier kan in één automatisering verschillende acties gekozen worden op basis van twee (of meer) triggers. Bijvoorbeeld een optie voor het licht aan bij beweging en een optie om het licht uit te doen bij geen beweging.












